Praktijk voor remedial teaching en dyslexiebegeleiding

Thermiek

Lezen - Spellen - Schrijven - Alfabetcode

 

Als uw kind moeite heeft met leren lezen en/of spellen is het van belang dat er op een goede en effectieve manier ondersteuning geboden wordt.

De Alfabetcode

Bij THERMIEK wordt gewerkt met de Alfabetcode van Erik Moonen, doctor in de Taal- en Letterkunde en taaldocent aan de Universiteit Hasselt.

     

In zijn boek ’Dwaalspoor Dyslexie’, waarin de Alfabetcode wordt omschreven, legt Erik Moonen uit hoe ieder kind Nederlands kan leren lezen, schrijven en spellen, ook al is op school de term ‘leeszwak’ gevallen of is de diagnose dyslexie gesteld.

De kern van de Alfabetcode is: Leren lezen doe je door te leren schrijven.

Moonen legt dit als volgt uit. “Het schrift is ontworpen om gesproken taal op te schrijven. Anders gezegd: Om spraakklanken zodanig in symbolen te coderen dat ze daarna door iedereen die de code kent opnieuw in spraakklanken kunnen worden omgezet, gedecodeerd, gelezen. Het schrift is dus in wezen een code en de logica van die code gaat van klank naar teken en weer terug. Vrijwel zonder uitzondering starten kinderen op de basisschool met het verklanken van lettertekens, waarmee deze logica wordt omgekeerd. Spellen, correct schrijven en juiste lettervorming komen op de tweede plaats. Leren lezen en leren schrijven gaat vaak wel hand in hand op de meeste scholen, maar ze worden aangeboden als twee los van elkaar staande activiteiten. Kinderen leren als het ware twee codes: één voor lezen en één voor schrijven. Wie daarentegen de Alfabetcode van klank naar teken leert, leert één omkeerbare code en heeft genoeg aan één strategie voor lezen én schrijven. Immers: Alle woorden die je kunt schrijven, kun je ook lezen.”

 

De Alfabetcode is als volgt opgebouwd:         

 

Voorbereidingsfase met expliciete instructie in

  • Foneembewustzijn: Segmenteren, verlijmen en bewerken van klanken.
  • Schrijfvoorwaarden: Houding, pengreep, techniek, kleine vlakken inkleuren, arceren, op vormen letten.

Beide aspecten ontwikkelen zich niet vanzelf, maar zijn wel enorm belangrijk bij het leren lezen, schrijven en spellen en worden daarom expliciet getraind.

 

De Basiscode, 42 basiskoppelingen tussen klanken en symbolen, wordt aangeleerd en geautomatiseerd. Basiskoppelingen dienen voor het verdere lees-, schrijf- en spellingproces. Er wordt altijd van klank naar teken gewerkt en er wordt gebruik gemaakt van de handschriftmethode ‘Schrift’ van de Stichting Schriftontwikkeling (B. Hamerling en A.Scholten) met eenvoudige, functionele lettervormen en hulplijnen.

In deze fase worden ook eenlettergrepige woorden, woorden met medeklinkerclusters voor- en achteraan, meerlettergrepige woorden en samengestelde woorden die met de basiscode kunnen worden gemaakt, behandeld.

                

Parallelle Paden

Nadat de basiscode is aangeleerd, wordt parallel geoefend op schrijven, lezen en spellen:

 

Pad 1  Handschrift: Hoofdletters en letternamen leren. Daarnaast blijft het onderhouden van het handschrift belangrijk, waarbij kinderen leren hun eigen werk te beoordelen en corrigeren.

 

Pad 2  Lezen: Vlot en vloeiend lezen wordt expliciet geoefend t.b.v. het leesbegrip. Vlot lezen betekent: Accuraat lezen, snel lezen en pauzes houden op de juiste plekken. Einddoel is 4 à 5 lettergrepen per sec., de gemiddelde spreeksnelheid.

 

Pad 3  Spelling: Codeerpatronen leren.

Het derde pad gaat over de techniek die nodig is om de vele niet-logische uitzonderingen te leren die het Nederlandse schrift zo lastig maken. Zoals het feit dat de klank /p/ in appel en in tapijt anders wordt geschreven. En dat de ij in het woord wijselijk telkens voor een andere klank staat. De meeste scholen gebruiken methodes met spellingsregels die de kinderen moeten leren en vervolgens toepassen. Uit onderzoek dat Erik Moonen aanhaalt blijkt dat kinderen deze regels wel uit het hoofd leren, maar ze zelden begrijpen en toepassen. De Alfabetcode gaat uit van codeerpatronen als alternatief. Het concept van deze codeerpatronen ligt precies in de lijn van de klank-naar-teken-logica, namelijk:

In een omgeving die zus klinkt, schrijf je de klank zo. Bijvoorbeeld de patronen akke ekke ikke okke ukke. Als je dat hoort, schrijf je de klank /k/ als: kk.

Alles wat kinderen op de basisschool aan spelling moeten leren, zit in de Alfabetcode

in 57 codeerpatronen die in 152 kleine leerstappen worden aangeboden.

Op deze manier wordt spelling beheersbaar en wordt verwarring voorkomen.

Alle leerlingen doen hiermee succeservaringen op en niets motiveert meer dan succes!

 

Tijdpad:

De tijd die nodig is voor het volledig doorlopen en toepassen van de Alfabetcode hangt samen met de leeftijd van het kind en de beschikbare oefenmomenten thuis.

Voor de voorbereidingsfase en het aanleren en automatiseren van de basiscode is gemiddeld een half jaar nodig: 22 sessies van een uur met daarnaast 4x per week 30 minuten thuis oefenen.

Na de voorbereidingsfase en het aanleren van de basiscode kunnen de codeerpatronen eventueel ook zonder lessen thuis o.l.v. de ouders doorgewerkt worden.

 

 

Meer informatie

Alfabetcode  -  Erik Moonen  www.alfabetcode.be

Schrijfmethode Schrift – Ben Hamerling en Astrid Scholten www.schriftontwikkeling.nl